Informatie Mongools Schieten
In een explosieve periode hebben de Mongolen één van de grootste rijken aller tijden bij elkaar veroverd, allemaal te danken aan hun wendbaarheid, paardrijd vaardigheden en bovenal, de Mongoolse boog. De toorn van de Mongoolse hordes is zelfs terug te vinden in de grond; wetenschappers kunnen naar aanleiding van grondonderzoek de conclusie trekken dat maar liefst 700 miljoen ton aan koolstofdioxide verdween tijdens de Mongoolse invasie. Allemaal als gevolg van de verovering van de wereld door de Mongoolse hordes.

Korte geschiedenis over het Mongools boogschieten
De geschiedenis van Mongolië wordt meestal begonnen bij de invasie; rond 1207 begon Genghis Khan met het veroveren van de bekende wereld. Genghis Khan, geboren als Temüjin, komt tot de wereld tussen 1155 en 1165. Hij wordt geboren in een Mongoolse horde, een nomadenstam die de steppen van Midden Azië bewoont. De nomadencultuur had geen nut voor lezen, schrijven of documenten, en het geboortejaar van Temüjin is dus een gok. Temüjin was zoon van het hoofd van de stam, wat nogal wat drama in zijn jonge jaren met zich meebracht. Vergifitigingen, moord, overspel zijn hier orde van de dag, en na een tijdje rondgezworven te hebben met zijn moeder, weet Temüjin de macht naar zich toe te trekken.
Temüjin was anders van andere stammen leiders; hij vond het belangrijker dat de mensen om zich heen, zijn adviseurs, militaire leiders en krijgers werden gekozen op basis van talent en loyaliteit. In deze tijd was dit een revolutionair systeem in tegenstelling tot andere stammen waar leiders werden gekozen op basis van rijkdommen, kracht en eigendom. Temüjin liet al snel blijken dat dit hem niet interesseerde; hij deelde de gewonnen goederen met zijn mannen, en liet zijn filosofie, de wet, opschrijven. Deze werd gehandhaafd door zijn zoon, Chagatai Khan, wat een beginnende maatschappij laat zien.
De Mongoolse stammen werden onder de naam Genghis Khan (vertaald: Grote Leider) verenigd, waar de veroveringen begonnen. Genghis Khan liet zijn krijgers doen waar zij goed in waren; gebruik maken van hun pijl en boog, te paard. Deze combinatie heeft het Mongoolse rijk laten strekken van de Japanse zee in het oosten, tot hedendaags Polen in het westen. En dit in een tijdspanne van ongeveer 73 jaar! In de jaren hierna viel het rijk langzaam uit elkaar door verschillende zonen die de macht opeisten.
In de 17e eeuw waren een aantal Mongoolse stammen die zich aansloten bij de groeiende macht, de Qing-Dynastie. Zij vochten samen tegen de al bestaande Ming-Dynastie, en de Mongoolse schutters werden door de Manchu’s (inwoners van de Qing-Dynastie) gezien als gelijke. Culturen worden vaak door elkaar beïnvloed, en zo kwam de boog die de Manchus gebruikten in Mongoolse handen. Deze was veel groter dan de boog die de Mongolen zelf gebruikten, met duidelijke bruggen en grote Siyah. Deze invloed is zelfs vandaag de dag nog te zien. De Mongoolse bogen die tegenwoordig worden gebruikt lijken op aangepaste versies van de Manchu bogen en worden volop gebruikt op bijvoorbeeld het jaarlijkse Naadam festival, een 3 daags evenement waar Mongoolse mannen en vrouwen hun vaardigheden via wedstrijden aan elkaar meten. Er wordt paardgereden, geworsteld en natuurlijk boog geschoten.

De Mongoolse Boog
We kunnen niet spreken over ‘de’ Mongoolse boog, omdat we onderscheid kunnen maken in 2 bogen. Allereerst hebben we de vroeg-Mongoolse variant, de boog waar Genghis Khan de steppen mee heeft veroverd. Dit is een boogtype die veel voorkwam bij verschillende nomadenculturen. Er zijn weinig verschillen met bogen die bijvoorbeeld gebruikt werden door de Magyars en de Hunnen. De boog bestaat uit een composiet van materialen, een verlijming. De componenten zijn hout voor de basis, hoorn voor de buik en pees voor de rug van de boog. Hierdoor konden de Steppenvolkeren kleinere bogen bouwen, ideaal voor het schieten te paard. Dit model had een handvat vaak gewikkeld in leer, en lange rechte of licht gebogen siyah. Deze uiteinden aan beide kanten zorgden voor een hefboomeffect, waardoor de pijl met minder trekgewicht, verder kon worden geschoten met hoge snelheid.
De boog die vandaag de dag veel wordt gebruikt, is er één die geïnspireerd is door de Manchu boog van de Qing-Dynastie. Hun nauwe samenwerking rond de 17e eeuw was voor de mongolen inspiratie om hun bogen te veranderen. Een veel langere boog, herkenbaar aan een korte rechte siyah, en grote bruggen waar de pees op rust als de boog is opgespannen. Vanwege de lengte van de boog en het materiaal waar deze mee gemaakt werd, hout hoorn en pees, waren de bruggen essentieel. Deze ving de pees vroegtijdig op, en voorkwam dat tijdens het schieten de pees van de boog af schoot. Als gevolg hiervan geeft dit model Mongoolse boog een karakteristieke 'handschok', een klap in de hand die de boog vasthoudt op het moment dat je de pijl afschiet.

Mongoolse Competitie
Vanuit oudsher is het de norm om je schietkunsten te verbeteren en tegen elkaar op te meten in de vorm van wedstrijden. Vroeger ging dit al snel over schieten te paard, zo veel mogelijk pijlen in een zo kort mogelijke tijd, in een zo klein mogelijk doel. Tegenwoordig zijn er 2 Mongoolse boogschiet competitievormen die vrij populair zijn.
Saran
Op ongeveer 30 meter afstand schiet een schutter op een speciaal doel, een Saran. Dit is een doel gemaakt van 5 leren ringen die in elkaar passen. De buitenste ring wordt met touwen bevestigd aan een frame, en de 4 overige ringen worden er in geplaatst, wat op een afstand de illusie van een vaste doelkaart geeft. Het enige wat deze ringen aan elkaar houdt, is frictie, en het is het doel van de schutter om met een speciale blunt pijl (pijl met een platte punt) de ringen uit het doel te schieten! Hoe kleiner de ring is die de schutter uit het doel schiet, hoe hoger zijn score. Let op! men telt niet alleen de ringen die geschoten zijn, maar alle ringen die op de grond liggen… Dus mocht je de binnenste ring hebben geschoten, maar heeft je pijl met de schacht een andere ring ook losgemaakt en valt deze op de grond, telt het helaas als minder punten!
Khana en Khasaa
Bij deze vorm wordt er weer met blunts geschoten, maar dit keer niet op een target ter hoogte van het gezicht zoals de Saran of een modern blazoen. De Khana en Khasaa zijn een rij aan kleine, cilindervormige mandjes, op elkaar gestapeld alsof je een bakstenen muur bouwt. Met blunts is het de bedoeling om deze mandjes van elkaar af te schieten, maar bij dit doel zit er weer een addertje onder het gras… Niet alle mandjes tellen, als ze omgeschoten zijn moeten ze een bepaalde afstand van hun originele plek liggen voordat ze tellen. Een mede schutter staat naast dit doel, en weerlegt informatie aan de schutter door middel van keelzang, waardoor de schutter weet of dat zijn pijl voor, achter of naast het doel terecht is gekomen. Het feit dat er een ‘scheidsrechter’ naast het doel staat is in onze westerse competitie niet te begrijpen, en raden wij ook ten strengste af.

Duimring en techniek
We weten dat veel nomadenvolkeren gebruikmaken van schiettechniek met een duimring. Deze techniek hield in dat de pijl ook langs de andere kant van de boog werd geschoten, en niet van de hand af kon vallen. Zo kon een Mongoolse schutter vanaf het paard makkelijker een pijl op zijn prooi of vijand af schieten. De pijlenkokers wezen vaak hun pijlen naar achteren toe, in plaats van naar voren zoals bij moderne schutters. Zo kon de schutter makkelijk van hand wisselen tijdens het schieten, zonder dat de pijlen in de weg zaten.