Informatie Pagina voor Ottomaans- en Turks boogschieten
Wij willen de verschillende technieken en producten die deze schietstijlen mooi maken verenigen op één pagina. Deze inspiratie komt voort uit de samensmelting die deze stijlen representeert. Het Ottomaanse Rijk is een land dat veel verandering in de wereldgeschiedenis heeft meegemaakt, van 1299 tot 1922! De Turkse nomadenstam heeft veel volkeren uiteindelijk onder deze vlag verenigd, wat tot een samensmelting van culturen heeft geresulteerd. Daarom zijn er verschillende typen bogen en materialen die in dit rijk werden gebruikt, die wij hebben verenigd op deze pagina.

Turks, Tataar, Ottomaans; hoe zit het?
Bovenstaande termen worden door verschillende bowyers en verkopers gebruikt voor allerlei bogen. Maar wat is het verschil?
Het gaat om 2 type bogen die veel op elkaar lijken, met 2 grote verschillen.
De Tataar:
De Tataren zijn een volk dat in een gedeelte van West-Azië en Oost Europa voorkomt. Het is een groep mensen die tegenwoordig in verschillende landen wonen, en vroeger gekenmerkt werd door hun nomaden levensstijl.
De boog die vaak wordt beschreven als de Tataar (of Krim Tataar) heeft als grootste verschil met zijn tegenhanger, dat het handvat meer naar binnen toe staat (naar de schutter toe). Daarnaast is de boog ook wat groter dan zijn tegenhanger, waardoor een langere treklengte van 32 inch makkelijker te behalen is.
De Turk:
Het Turkse nomaden volk is langzaam van midden Azië richting Anatolië (grotendeel hedendaags Turkije) gemigreerd. Zij gebruikten kleine bogen, waarvan het handvat van de schutter weg staat. Deze noemen ze de Kabza, deze vorm van het handvat is vrij uniek binnen de boogwereld. De vorm zou Khatra moeten bevorderen, en is één van de meest duidelijke eigenschappen waarmee we een Turkse boog kunnen onderscheiden.
Daarnaast hebben Turkse bogen vaak een kortere uittreklengte, meestal tot zo’n 28-29 inch.
De Ottomaan:
Hoe zit het dan met Ottomaans? In de volksmond wordt deze term ook gebruikt voor de Turkse boog. Je zou kunnen beargumenteren dat zowel de Turkse als de Tartaarse boog Ottomaanse bogen zijn, omdat ze beiden uiteindelijk door de Ottomanen zijn gebruikt. Maar als we binnen de bogen wereld praten over een Ottomaanse boog, gaat het dus vaak over een Turkse boog.

Korte geschiedenis over het Turks schieten
Korte geschiedenis over het Turks schieten
Bogen stonden, net als bij veel andere steppevolkeren, centraal voor de Turken. De boog werd niet alleen gebruikt als wapen tegenover andere vijandelijke stammen, maar ook bij het jagen op wild. Zo leerde kinderen paardrijden en schieten vanaf jonge leeftijd zodat zij hun stamgenoten konden helpen bij het onderhouden van hun gemeenschap.
De bogen die gebruikt werden door de steppen volkeren werden gekenmerkt door het grote verschil met de bogen die we in Europa gebruikten: ze waren kleiner, hadden een heftige recurve, en waren gemaakt van ander materiaal. Hout was de basis, net als in Europa, maar de nomaden voegden hoornen strips toe aan de buik van de boog, en pees aan de rug. Zo konden ze veel kracht genereren in een kleine boog, wat ze zeker te paard makkelijker te hanteren maakten.

Schieten in het Ottomaanse Rijk
Om de beste schutters te kunnen trainen, hadden de Ottomanen verschillende methodes om deze op te kunnen leiden en dit te onderhouden. Hieronder een paar voorbeelden van traditionele methodes:
Kepaze
Dit is een trainingsmethode, waarmee je zonder pijl thuis kan oefenen. Kepaze kan worden gebruikt als beginnende schutter, maar ook voor ervaren schutters die weer willen schieten na een lange pauze, of als zij geheeld zijn van een blessure/verwonding.
Bij Kepaze wordt een lichte boog gebruikt, want het gaat niet om het gewicht maar het terugwinnen (of verkrijgen) van spiergeheugen. Je kan hierbij op de grond zitten of staan, de essentie zit hem in het meerdere malen uittrekken van de boog zonder pijl. De boog wordt niet geschoten zonder pijl (dit heet droogvuren en geeft je boog een zeer korte levensduur), maar er wordt uitgetrokken naar het ankerpunt. Hierna begeleiden we de pees weer rustig terug naar de originele staat.
Omdat de boog ligt is, kunnen we dit vaak doen zonder dat we hier echt moe van worden, en is dit een prachtige methode om weer rustig op te bouwen (of te beginnen) met boogschieten.
Torba
De volgende stap als schutter is vaak trainen bij de torba. De torba is traditioneel een zak gevuld met zaagsel en bijvoorbeeld katoen, wat men als doelwit gebruikte.
Bij Torba training staat een schutter dicht bij zijn doelwit, ongeveer de lengte van de boog vooruit geduwd (tussen de 1 á 2 meter). Vanaf deze afstand wordt er geschoten, dit elimineert het gevoel dat je het doel moet raken. Op korte afstand worden de punten waar je op het doel op schiet ook kleiner, soms konden er stipjes geplaatst worden zo klein als een 5 cent muntje!
Deze methode van trainen op korte afstand is niet uniek in de traditionele bogen cultuur. In het Chinees kennen zij Gao Zhen, en bij het Japanse schieten zij op een Makiwara. Op korte afstand kan een schutter, door zijn pijlen te bestuderen, veel leren over zijn/haar techniek. Het elimineert veel lopen en met de juiste techniek kan een schutter in korte tijd zijn resultaat op het bord verbeteren.
Puta
Dit is wat lastiger te omschrijven omdat er veel verschillende manieren zijn om gebruik te maken van de puta. De puta zelf is een historisch doel in de vorm van een peer, gemaakt van 2 lappen leer met daartussen vulling van houtzaagsel en stof. Aan de onderkant van het doel hing een kleine bel, waardoor de schutter van lange afstand kon horen of dat hij/zij het doel had geraakt.
Tegenwoordig wordt de puta nog steeds gebruikt, vaak gemaakt van foam. Op het doel staan verschillende cirkels, die voor verschillende doeleinden en scores kunnen worden gebruikt.
Flight
Deze vorm van schieten wordt niet alleen gebruikt als vrijetijdsbesteding, maar ook als manier voor schutters om kracht en vaardigheden met elkaar te meten.
Bij Flight schieten is het de kunst om de pijl zo ver mogelijk te schieten, wat op kan lopen tot honderden meters. Gaandeweg ontwikkelde deze vorm zich, waarbij de pijlen kleiner en lichter werden om nog verder te schieten. Uiteindelijk werd er gebruik gemaakt van een instrument dat op de pols van de booghand werd bevestigd. Een plateau met daarop een halve holle cilinder, genaamd de siper. Hier kon de pijl op rusten en kon hij voorbij de boog worden getrokken! De pijl kon hierdoor lichter en kleiner, en dus ook verder geschoten worden.
Bij verschillende historische banen, maar ook in Istanbul zelf, zijn monumenten te vinden in de vorm van kolommen met de namen van de schutters die records hebben gebroken.

Een korte techniek introductie traditioneel turks schieten
Wat maakt het Turks schieten anders dan het boogschieten wat we doen op de westerse wijze? Allereerst de methode van aanspannen; Turkse schutters gebruiken een duimring. Deze beschermd hun duim tegen de kracht van de boog. Er zijn (zelfs vandaag de dag) nog steeds schutters die te lang doorschieten zonder de juiste bescherming voor hun duim. Gevolgen hiervan kunnen zijn dat je permanente zenuwschade oploopt in je duim! Wij adviseren altijd om, wanneer je de duimmethode gebruikt, passende bescherming te gebruiken. Dit kan een leren, kunsttof of metalen duim ring zijn, afhankelijk van de pondage van je boog en de grootte van je duim.
‘Mun-dull’ is de grip waarmee de Ottomaanse schutters hun pees en pijl vasthouden. De duim (met ring) krult zich onder de pijl, om de pees heen. De wijsvinger rust op de nagel van de duim, waarna de wijsvinger lichte druk uitvoert op de pijl. De pijl ligt ook aan de rechterkant van de boog (voor de rechtshandige schutter), over de duim heen. Voor veel “nieuwe” schutters betekent dit dat zij een afwijking naar rechts hebben, omdat de boog de pijl de andere kant op duwt in plaats van bij de bekendere mediterrane methode van schieten.
Hierna wordt het lastig, omdat er binnen het Turkse schieten meerdere leermeesters, scholen en dus methodes zijn. Binnen deze methodes zijn er ook weer verschillen in techniek, afhankelijk van het doel van het schieten. Met onderstaande tekst hopen we de essentie van het Turkse schieten over te brengen.
Instinctief door middel van constante training
Een schutter wordt aangespoord zo vaak mogelijk te oefenen, waarvoor verschillende methodes zijn (lees terug bij kepaze en torba). Zo hoeft een schutter niet elke dag grote afstanden te schieten, maar kunnen zij ook aan de torba oefenen.
Tegenwoordig schieten we bij onze moderne vereniging misschien één keer in de week, waarbij een enkele fanatiekeling dit 2-3 keer per week doet.
Hierbij moeten we rekening houden met het feit dat moderne schutters gebruikmaken van hulpmiddelen die de historische schutter niet heeft zoals een vizier, stabilisatoren, oplegger en nog veel meer. De historische schutter zal dus vaak harder moeten werken om hetzelfde resultaat te behalen dan een moderne schutter. Door de afwezigheid van de hulpmiddelen, zullen historische schutters een nog zwaarder beroep moeten doen op hun spiergeheugen, welke alleen verkrijgbaar (en betrouwbaar!) is bij veel training. Zo kan een historische schutter zonder echt te ‘richten’ een doel raken op allerlei verschillende afstanden zonder dat de schutter er echt over na hoeft te denken.
Om dit te kunnen bereiken, stimuleerden de Ottomanen hun schutters om gebruik te maken van verschillende posities in trainingen, waarbij het onderwerp ankerpunten aan bod komt.
In het westen, en zeker in de moderne schutterij, is een ankerpunt vrij standaard; een plek waar je de hand plaatst op je gezicht, waardoor je een vast punt hebt om naar toe te trekken. Bij oosterse (en Turkse) methodes werken zij niet met een vast ‘ankerpunt’. Turkse schutters gebruiken vaak de oorlel als punt om naar toe te trekken, als zijnde een indicatie van de treklengte. Echter is dit geen vaste regel, en zijn er ook voorbeelden van methodes waarbij de schutter trekt naar zijn wenkbrauw, kin of borst. Al deze verschillende methodes stomen de schutter klaar voor de ultieme test: het echte leven.
Wanneer een schutter te paard zijn vijand moet raken, zit hij niet altijd in de juiste positie. Wanneer een vijand tevoorschijn schiet vanuit een verborgen plek, staat de schutter niet precies in de juiste positie ten opzichte van zijn doel. Er zullen 101 voorbeelden zijn waarbij een schutter een schot moet lossen dat niet ideaal is, omdat we spreken over leven en dood, en de chaos van het leven.
Al deze methodes zorgen ervoor dat de schutter spiergeheugen creëert op allerlei verschillende manieren, en maakt de schutter meester over zijn materiaal, in elke situatie.

Pijlenkokers
De Turkse (of Ottomaanse) pijlenkoker hangt aan de rechterzijde van de schutter (als je met de rechterhand trekt). Wat meteen opvalt is dat de pijlen naar achteren staan met de nokken, in plaats van naar voren! Bij de moderne schutterij zijn we gewend aan pijlen die naar voren wijzen of in een koker voor ons staan, waarom hadden de Ottomaanse schutters dan de pijlen naar achteren?
De Turkse pijlenkoker is ontworpen om te paard te gebruiken. Hierbij is gelet op de plaatsing van de koker op de riem, met 2 of meer punten waarbij de koker aan de riem zit. Dit zorgt voor extra stabiliteit en geeft de schutter de mogelijkheid de houding van zijn koker aan te passen naar persoonlijke voorkeur. Er zijn voorbeelden van kokers die zelfs met extra riemen vastzitten aan het bovenbeen in plaats van alleen aan de riem. De pijlen staan naar achteren toe, om de schutter meer ruimte te geven op het paard. Allereerst kan het zo zijn dat een vijand zich aan de andere kant van de schutter te paard bevindt! De Turkse (en Ottomaanse) schutters waren getraind om niet alleen met hun dominante kant de boog uit te trekken, maar ook de andere kant. Zo kon de schutter snel van booghand wisselen, zonder dat de pijlen in de weg zaten. Daarnaast had de schutter vaak nog een tweede (of derde) wapen bij zich, bijvoorbeeld een kromzwaard, die zij makkelijker konden gebruiken als de pijlen niet in de weg zaten!