Informatie Koreaans schieten
Welkom op de informatiepagina van het Koreaans boogschieten! Korea heeft een rijke traditionele boogschiet geschiedenis en de sport is nog steeds erg actief in Korea en daarbuiten. Op deze pagina vind je meer informatie over deze rijke schietcultuur.

Korte geschiedenis van het Koreaans schieten
De boog heeft altijd een groot deel uitgemaakt van de Koreaanse geschiedenis en cultuur. Een goed voorbeeld van hoe de Koreanen hier zelf over denken is de klassieke periode waarin de Chinezen een woord gebruikten om de Koreanen te omschrijven. De Chinezen noemden de Koreanen “Dong-i”, wat letterlijk “barbaren uit het oosten” betekent. Wat de Koreanen hieruit haalden, is dat het Chinese karakter dat voor “i” staat uit 2 andere karakters bestaat. Namelijk “dae”, wat “geweldig” betekent, en “gung”, wat “boog” betekent. Moderne Koreanen dragen deze naam nog steeds met trots omdat zij geloven dat, ondanks het negatieve beeld van de Chinezen, er wél respect was voor hun kunst met de boog.
De boog speelde een belangrijke rol in Koreaanse militaire geschiedenis, en het is pas tegen 1894 dat de boog volledig uit het leger verdwijnt. Er zijn wel momenten geweest waarbij de rol van de boog veranderde, zoals bijvoorbeeld bij de Hideyoshi invasie, waarbij de Japanners Korea binnenvielen. Hier bleek dat de Japanse geweren een grotere afstand konden overbruggen dan de Koreaanse bogen en moesten de Koreanen het gebruik van hun zwart kruit ook aanscherpen.
Het is leuk om te zien dat de Koreanen hun zwart kruit in het begin niet gebruiken om geweren of kanonnen te maken, maar eerder om pijlen op een andere manier af te schieten. Zo maakten zij gebruik van de “Hwacha”, een kar die je kon verplaatsen met pijlen die via kleine raketjes konden worden afgevuurd op de vijand.
Onder het oog van koning Sejong (1418-1450) werd er onderzoek gedaan naar het gebruik van zwart kruit voor onder andere vroege geweren. Het gebruik van deze wapens werd door de overheid beperkt tot grensbewaking en uiterste noodgevallen, wat betekent dat de boog nog steeds een primair wapen was.
Hoewel de Koreaanse regering het gebruik van kruit reguleerde, maakte de tegenstander wel gebruik van de langeafstandswapens op basis van kruit. Dit betekende dat de Koreanen hun tactiek met de boog aan moesten gaan passen. De lange afstandsschoten met de boog waren niet meer effectief, wat betekende dat de Koreanen moesten wachten tot de vijand dichtbij was voordat ze mochten schieten. Zo moesten Koreanen wachten bij kasteel Jinju totdat de Japanners de muren beklommen voordat ze mochten schieten. Dit in combinatie met intensieve training maakte de schutters weer dodelijk.
Tijdens de Chinese invasie van 1636, was de boog zo goed als buiten gebruik. Er was nog een korte poging om de gevreesde schutters te paard weer te gaan gebruiken, maar dit was van korte duur. De Koreaanse boog werd niet meer op het slagveld gebruikt, en uiteindelijk werd de boog in 1894 ook uit de militaire opleiding gehaald.
Het was pas na de periode van Japanse Kolonisatie en de Koreaanse Oorlog dat boogschieten weer populair werd in Korea. In de jaren 80 explodeerde de populariteit van boogschieten binnen Korea, en tegen 1992 had Korea welgeteld zo’n 258 verenigingen, in vergelijking tot de 24 in 1947. Dit liep niet alleen samen met de vrede in het land, maar ook de economische groei en de winsten voor Korea tijdens de Olympische Spelen in Seoul.

De Koreaanse boog
Zoals bijna alle bogen in Azië en het midden-oosten, werd ook de Koreaanse boog gemaakt vanuit een natuurlijk composiet, een combinatie van materialen. Bamboe, hoorn en pees waren hiervoor de basis. De bamboe was het skelet van de boog, waar de hoorn op de buik werd geplaatst en het pees op de rug. Het hoorn is geschikt voor het weerstaan van compressie, en de pees is geschikt voor het voorkomen van het uit elkaar trekken van de boog. De lijm die werd gebruikt om deze composiet bij elkaar te houden werd gewonnen uit de zwemblaas van bepaalde vissen en was gevoelig voor vocht. Koreaanse bowyers bedekten hun bogen vaak nog met berkenbast, om de peeslaag en de lijm te beschermen tegen dit vocht.
De Koreaanse boog valt snel op wat betreft zijn design. Het eerste is het handvat, deze is duidelijk groter dan bij andere traditionele bogen en dan bedoelen we voornamelijk dikker. De grip is daarnaast rond in plaats van ovaal. Deze is zo gemaakt om de speciale manier van de boog vasthouden te bevorderen die we toelichten in het kopje ‘techniek’. De Koreaanse boog heeft ook vaak wat we noemen ‘open nokken’. De plek waar de pees aan de boog vast zit, steekt als een punt uit de boog, in plaats van dat de pees in de boog wordt gezet.
De Siyah van de boog is klein en heeft geen extra duidelijke vormen zoals bij andere bogen. Het gaat bij deze boog om een klein stuk onder de nok wat verstevigd is met een stuk hout, waardoor de boog daar niet meer buigt. Een simpele maar elegante methode voor het maken van een Siyah.

Duimring
Bij koreaans boogschieten zijn er 2 duimringen die worden gebruikt, de Sugakji en de Amgakji, waarvan de Amgakji de meest voorkomende is. De Amgakji is een duim ring die door meerdere culturen wordt gebruikt, en de Victory die wij verkopen valt hier ook onder. Deze specifieke ring met het missende halve rondje, wordt binnen de koreaanse schiet cultuur de teokggakji genoemd. Bij het gebruik van een Amgakji, haak je je duim onder de pijl, om de pees. je legt je wijsvinger op de nagel van deze duim, en oefent lichte druk uit met de zijkant van je wijsvinger, tegen de pijl. De pijl ligt niet langs de linkerkant, maar de rechterkant van je boog (rechtshandige schutter) en wordt dus met deze lichte druk tegen de boog gehouden.

Techniek
De positie van de voeten staan niet parallel, in tegenstelling tot veel westerse methodes. De niet dominante voet wijst met de tenen naar het doelpak en de andere voet staat in een hoek van 45° op schouderbreedte er schuin achter. Als je een lijn zou trekken van de hiel van beide voeten, zou deze de positie van 2 uur moeten staan (voor een rechtshandige schutter). Zo hebben we een open en stevige houding.
Voor het vasthouden van de boog, heeft de Koreaanse schietcultuur een gezegde: 'Houdt de boog vast, zoals je een ei zou vasthouden’. Wat bedoelen ze hier mee? Net als een ei, mag je in het handvat van de boog niet te hard knijpen. Je wilt echter ook niet dat je deze te los vasthoudt, waardoor je je boog (of het ei) laat vallen. De schutter moet dus op zoek naar de perfecte balans tussen kracht en controle.
Het handvat van de Koreaanse boog is verschillend van andere traditionele boogtypes, vanwege de grootte en vorm, en moet dus ook anders worden vastgehouden. De onderkant van het handvat zit tegen de onderkant van de palm van je hand, en de onderste 3 vingers (pink, ringvinger en middelvinger) houden het handvat vast. De duim gaat op de middelvinger, en de wijsvinger raakt de duim aan.
Wanneer we gaan schieten met de boog, beginnen we in de ‘Geogung’ positie. Hierbij houden we de boog met een licht gebogen arm net boven het hoofd. We hebben de pees met pijl al vast en kijken tussen de boog en de pees door naar het doel waar we op gaan schieten. Vanaf hier gaan we de boog uittrekken, maar ook duwen! We duwen de boog langzaam naar voren en beneden toe, terwijl we de pees uittrekken tot ons ankerpunt. Het is dus meer een duw- en trekbeweging in plaats van alleen een trekbeweging. Het ankerpunt bij Koreaans schieten, ‘Manjak’ genoemd, zit bij de schouder van de trekarm. De trekarm moet in een rechte lijn gelijk staan met de pijl en met het lage ankerpunt bij de schouder geeft dit een uniek aanzicht.
Wanneer je op de volledige uittreklengte staat met het ‘Manjak’ ankerpunt, komt het lossen van de boog. Waar ze bij andere schietculturen hier zeer uitgebreide technieken voor hebben, zeggen ze bij de Koreaanse school dat het een kwestie is van het ‘laten verzwakken van de grip’, waarbij de pees van zichzelf uit je hand schiet.

Etiquette en regels
De rijke Koreaanse boogschiet geschiedenis neemt met zich mee dat er oude gewoonten en regels zijn die al generaties worden doorgegeven. Hier vallen ook de 9 regels onder die door elke schutter moeten worden nageleefd, ook wel de ‘Gundo Gugyehun’ genoemd.
- Houdt een rechte geest en recht lichaam
- Handel deugdzaam, met vrijgevigheid en liefde
- Handel nederig, met oprechtheid en eerlijkheid
- Waardeer je waardigheid, waarbij je integriteit en eer hoog houdt.
- Wees eerlijk, moedig en besluitvaardig
- Beheers je gedrag strikt; laat goede manieren zien
- Praat niet tijdens het schieten
- Misgun een ander niet hun overwinning
- Trek niet een ander zijn boog uit
Deze 9 regels zijn eerder filosofisch, en representeren de schiet cultuur voor het Koreaans schieten. We zien dit soort ‘gedragsregels’ vaker terug binnen verschillende schietculturen en dit demonstreert dat het voor deze culturen belangrijk was dat de sport mensen ook bij elkaar bracht.
Bij Koreaanse verenigingen wordt voor nieuwe leden tijd genomen om hen te trainen. Een beginnende schutter moet eerst trainen met een leraar, die de beginnende schutter de houding van het traditionele Koreaans schieten leert. Let op, dit is eerst zonder boog! Nadat de leraar het gevoel heeft dat de schutter klaar is, mag de schutter beginnen met het schieten van een boog. In dit stadium mag de schutter alleen schieten met een pijl die vastzit aan een lang touw, zodat de pijl het doel niet bereikt en weer door de schutter opnieuw kan worden gepakt en geschoten. Pas na de goedkeuring van de leraar mag de schutter beginnen met losse pijlen te schieten op een doel, die soms wel op een afstand van zo’n 145 meter staat! Pas wanneer de schutter het doel een keer heeft geraakt, kan hij zeggen dat hij de eerste stap binnen het traditionele Koreaanse schieten heeft genomen.
Dit is nog maar het begin van de beginnende schutter maar laat wel zien dat de techniek binnen de Koreaanse schietcultuur serieus genomen wordt.