Boogschieten op de Steppe

Schieten met een boog is verwikkeld in de cultuur van de nomaden voor zo lang als dat zij bestaan. In onze huidige wereld, waarbij het nomaden leven één is die vrij zeldzaam is geworden, is het begrijpen van deze levensstijl en het belang van onder andere de boog moeilijk in te denken. Op deze pagina proberen we een algemeen beeld te schetsen van hoe de boog werd gebruikt door allerlei verschillende nomadenvolkeren zoals de Hunnen, Scythians, Magyars, Mongolen en Tartaren, om er maar een paar te noemen.

Het maken van Krijgers

Door de geschiedenis heen zijn er meerdere volkeren geweest die als de schrik van het land werden beschouwd. Zo schreven de Romeinen en de Chinezen over de Hunnen die hun dorpen plunderden. De Mongolen trokken onder leiding van Genghis Khan door heel Azië en een gedeelte van Oost-Europa, waar de verhalen over de ‘barbaarse’ Mongolen de rondte gingen. Maar wat maakten deze volkeren zo angstaanjagend?
Naast het feit dat de misdaden die gepleegd waren uitzonderlijk wreed waren, was dit voor de tijd niet heel ongewoon. Het was de snelheid, wendbaarheid en precisie waarmee deze nomaden onaantastbaar leken. Van jongs af aan werden (voornamelijk) mannen getraind in boogschieten, paardrijden en worstelen. Deze vaardigheden werden gezien als essentieel voor hun overleving als nomaden. Het landschap, de Steppe, is net zo onvergefelijk als het volk wat deze bewandelt. De temperaturen verschillen extreem per seizoen en het grasland wordt enkel bedekt door lage struiken en mos. Bomen zijn erg schaars en het verbouwen van voedsel is, op zijn zachtst gezegd, zeer uitdagend. Nomadische volkeren leven vaak van het vlees en melk dat zij winnen van de groepen vee die zij herden. Geiten en schapen worden veel gehouden voor hun vacht, melk, vlees, bot en hoorn. Om hier te overleven is het migreren van plek naar plek essentieel. Het vee moet kunnen grazen, en nomaden zijn gewend om de zoveel tijd hun hebben en houwen in te pakken, om vervolgens een stuk verderop de boel weer op te bouwen. Om deze levensstijl te onderhouden was het dus belangrijk dat iedereen van jongs af aan leerde paardrijden voor het hoeden van het vee, worstelen voor de kracht en het vermaak, en boogschieten voor het verdedigen of overvallen van andere nomadenstammen.

Trainen met een boog

De bogen die door de nomaden werden gebruikt waren gemaakt met een skelet van hout of bamboe, waar aan de buikkant hoorn en aan de rugkant pees wordt verlijmd. Deze natuurlijke materialen werden gewonnen door handel, plunderingen of, in het geval van het hoorn en pees, eigen productie. De bogen konden kleiner worden gebouwd met deze composiet, wat ze zeer geschikt maakt voor het gebruik te paard. Het kleine model maakte de boog hanteerbaar en daarnaast was het makkelijk om van booghand te wisselen. Als jongeren een beetje konden schieten en paardrijden, werden deze vaardigheden gecombineerd. Het paard werd in volle galop langs een doel gereden en pijlen werden op het doel gelost totdat deze het doel constant konden raken. Andere manieren om te trainen was bijvoorbeeld een stoffen zak, gevuld met resten stof die achter een paard werd geknoopt met een lang touw. Dit paard werd vooruit gestuurd en ruiters gewapend met pijl en boog zetten de achtervolging in, om de zak te kunnen raken met hun pijlen.

Techniek zonder schrift

In verschillende culturen zijn de technieken opgeschreven in boeken, handleidingen of andere geschriften. Voor nomadenvolkeren is dit wat lastiger; lezen en schrijven was niet een vaardigheid die veel werd gebruikt of vereist voor hun levensstijl en er zijn weinig tot geen bronnen voor de techniek die deze stammen gebruikten voor het schieten van de boog. Het is aannemelijker dat techniek iets is wat van generatie op generatie wordt doorgegeven. Er is geen ‘juiste’ manier van schieten, enkel handige tips en trucjes, en zolang je consistent het doel kan raken, ben je een goede schutter.
Een aantal dingen weten we wel door middel van vondsten of kunst. Zo weten we dat al deze stammen veel gebruik maakten van een duimring omdat deze zijn teruggevonden. Daarnaast weten we dat de techniek die veel gebruikt wordt in bijvoorbeeld Turkije, China en Korea afstamt of inspiratie was voor nomaden stammen om te paard een stabiel platform te creëren. Andere bronnen zijn kunst en geschriften van andere volkeren. Het probleem van deze bronnen is dat ze niet altijd betrouwbaar zijn. We weten van de Romeinen bijvoorbeeld dat zij praten over andere volken als zijnde ‘barbaren’, wat betekende dat ze niet Latijn of Grieks konden praten en dus, volgens de Romeinen, niet ‘beschaafd’ waren. Hier kunnen we ons voorstellen dat bijvoorbeeld de Romeinen niet heel positief spraken over hun vijand.

Bepaalde nomadische stammen hebben uiteindelijk een techniek op papier kunnen zetten. We weten dat de Turken ooit begonnen als nomaden en uiteindelijk zijn gaan settelen, waarna ze een ‘moderne’ maatschappij hebben opgezet met hun eigen schrift. Vanuit deze oude geschriften hebben we veel geleerd over de Turkse schietcultuur. Maar ook bijvoorbeeld de Mongolen hebben tijdens het veroveren van hun buren en het stichten van hun rijk uiteindelijk geleerd te lezen en schrijven. Zo zijn van deze culturen bepaalde verhalen en tradities overgebleven. Voor de Hunnen is dit een ander verhaal, de taal die zij spraken, wat we Huns noemen, is een concept op zichzelf omdat er geen zinnen in het Huns zijn bewaard. We weten slechts enkele woorden en namen, waarvan Attila de bekendste is, waardoor archeologische vondsten de leidende informatiestroom is.